UV-werende-kleding
11 Spot light! zijn. Bijkomend voordeel is dat deze kleding ook beschermt tegen UVA-straling. Dit in tegenstelling tot zonnebrandmiddelen, tenzij anders vermeld op de verpakking. Volgens KWF Kankerbestrijding krijgen jaarlijks ongeveer zestigduizend mensen huidkanker. Vooral om die reden groeit de interesse voor dit soort kleding. Dat zegt Dorelies Woortman, bedrijfsleider van Odiezon, een van de vele bedrijven wereldwijd die UV-werende kleding verkopen. “Ook merkt de branche dat er meer vraag komt van mensen met bijvoorbeeld psoriasis, zonneallergie, vitiligo of een overgevoeligheid voor zonlicht. Zo werden afgelo- pen voorjaar meer UV-werende handschoentjes en sleeves besteld dan afgelopen jaar, om pigmentloze handen en armen te beschermen tijdens een het ! etsen of tuinieren.” UPF en SPF Net als zonnebrandmiddelen maakt ook UV-weren- de kleding gebruik van de afkorting SPF, maar óók UPF (Ultraviolet Protection Factor). Beide afkortin- gen staan voor dezelfde normen. Het verschil is dat bij SPF is getest op de huid van mensen, terwijl bij UPF is getest bij kleding. Er bestaan twee soorten beschermingsfactoren: de Australische en de Europese. Beide zeggen het- zelfde, maar waar de Australiërs stoppen bij factor 50 en daarna 50+, daar telt Europa door: van 70 tot desnoods 120. “Verwarrend en onnodig”, vindt Woortman. “Een ingenaaide beschermingsfactor hoger dan 50 bete- kent dat de doordringing van UV-straling inmiddels zo gering is, dat dit in de praktijk geen invloed meer heeft op de huid. Wat is de meerwaarde ervan als de zon nog niet op is of allang weer onder is.” Je hebt dus genoeg aan de Australische standaard, zegt zij. Meer vermelden dan 50+ is heeft geen meerwaarde. Dan wordt al 98 procent van de UV- straling geblockt (zie infographic, pagina 11). “Ga je echt voor hogere UPF-waardes, dan betaal je enkel voor emotie.” Vezels Sommige vezels zijn van zichzelf al UV-werend, zoals ongebleekt katoen. Een blauwe of donkere spijkerbroek heeft een natuurlijk pigment, dat ab- sorbeert UV-straling en laat deze niet door. Gebleekt katoen of het zachte, soepele viscose beschermen daarentegen minder goed. Zo blijkt uit tests dat witte, katoenen T-shirts een gemiddelde UPF-factor van 15 hebben. En 100 procent polyester scoort niet hoger dan 10+. Maar meer factoren zijn van invloed. Licht dringt eenvoudiger door nat textiel dan door droog. Dit komt omdat water de eigenschap heeft om de ver- spreiding van straling te verminderen en daarmee ook de wering van straling. Ook UV-straling dringt makkelijker door een nat dan droog kledingstuk door. Al zijn er per vezelsoort wel verschillen. Zo zuigt katoen meer water op dan nylon, en zal daar- door ook meer UV-straling door laten. Kleur De aanwezigheid van natuurlijk pigment in de vezel en/of toevoegde kleursto " en bepalen de kleur van textiel. Hoe donkerder of hoe feller de kleur, hoe hoger de UV-bescherming. Dus liever zwart en donkergroen dan wit of een pastelkleur. Minpunt: laat donkere (zomer)kleding nou net meer infrarode straling opnemen en daardoor warmer aanvoelen... Chemische stoffen en krimpen/ uitrekken Aan textiel kunnen kunstmatige witmakers worden toegevoegd, die UV-stralen absorberen – sowieso kunnen aan alle kleuren UV- absorbers worden toe- gevoegd. Dat zijn ongekleurde, chemische sto " en die de UV-wering laten stijgen. In bijvoorbeeld plastic en verf gebeurt dit al jaren. De uitdaging voor fabrikanten is ervoor te zorgen dat die absorbers zo lang mogelijk in de vezel aan- wezig blijven en dus zo veel mogelijk wasbeurten kunnen doorstaan. Een vers geverfd kledingstuk zal een betere bescherming bieden dan een gebleekt. Wasbeurten tasten dus de beschermende laag aan, al gaat die vlieger niet altíjd op: wollen en katoenen materialen bijvoorbeeld krimpen tijdens de eerste wasbeurten, waardoor de vezels dichter bijeen komen te zitten. Hierdoor kan de UV-werende factor bijna verdubbelen van een zwakke UPF 20 tot een prima 40. Nylon krimpt bijna niet, in dit geval wordt de UV-wering nauwelijks beïnvloed na een was- beurt. Strakzittend weefsel dat iets uitrekt zal juist wat extra UV-straling doorlaten. Lab-test Informatie uit dit artikel is onder andere afkomstig uit Op pad , een voormalige uitgave van de ANWB. De redactie ervan liet een aanvullende laborato- riumtest uitvoeren op enkele kledingstukken. Alle onderzochte UV-werende shirts (label UPF 50+) maakten hun claimmeer dan waar: je loopt er langdurig mee rond onder de zon zonder risico op verbranding, óók na enkele wasbeurten. Het magazine onderzocht onder andere ook twee goedkope katoenen shirts. Die waren vooraf, bij de productie ervan, nooit op hun UV-waarde getest. Het ene shirt was oud en vaak gewassen en bleek na al die jaren heel verrassend een waarde van UPF 50+ te hebben! Het andere (nieuwere) shirt had bij de meting een UPF-waarde van 25. Toen het vervolgens werd gewassen nam dit toe tot 35 (wat zeer goed is, zie infographic hieronder). Dus, katoen it is ? Juich niet te vroeg: uit eerder Duits onderzoek van de Ruhr-Universität in Bochum bleek dat slechts de helft van de zomerkleren voldoet aan de Europese standaard voor UV-beschermende kleding: die is UPF 30. In de studie scoren linnen en katoen juist slecht. De verklaring voor de gemeten verschillen: het maakt veel uit of het textiel al dan Er bestaan twee soorten beschermingsfactoren: er is een Australische en Europese standaard Australische standaard Beschermingsklasse UPF-factor Doorgelaten UV-straling Goede bescherming 15, 20 6 tot 6,25 procent Zeer goede bescherming 25, 30, 35 2,6 tot 4,1 procent Uitstekende bescherming 40 of hoger 2,5 procent of minder “Ik schaf nog een paar bloesjes aan” Wilma de Wit (64) heeft al sinds haar derde vitiligo, maar vooral de afgelopen jaren ziet ze hoe snel ze pigment verliest. Nagenoeg wit is ze inmiddels en dat heeft gevolgen voor de manier waarop ze met de zon omgaat. “Ik ben veel buiten: ik wandel graag en zit vaak op onze boot. Droeg ik voorheen nog shirts met korte mouwen en smeerde ik me steeds goed in, dat is nu echt niet meer voldoende. Mijn huid is op veel plekken te kwetsbaar geworden.” Een paar jaar geleden kocht Wilma een UV-werende lange broek en bloes. “Ik merk echt dat het werkt. Met een jeans lukt dat ook, maar daar kan ik me minder vrij in bewegen. Dat kan nu wel: het textiel is niet synthetisch, ademt, droogt snel en zit lekker op de huid. Ik betaalde er weliswaar iets meer voor, maar dat hindert niet. Bovendien: wil je echt sportieve kleding dragen die niet te warm is of te knellend zit, dan zou ik moeten terugvallen op korte mouwen en broeken of een verblijf in de schaduw. Dan kies ik liever voor UV- werend materiaal. Natuurlijk, ik zal altijd ook blijven smeren, bijvoor- beeld op de handen en in het gezicht, de hals en de nek.” “Verder bespaar ik juist veel kosten. Ik hoef minder vaak en op minder oppervlakte in te smeren. Na die voor mij verschrikkelijke, te hete zomer van vorig jaar weet ik het zeker. Ik schaf zeker nog een paar van die bloesjes aan.” 10 Spot light! !
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=