Spotlight 03-2020

VILAN OVER VITILIGO: “IK SCHRIJF OVER HET OMGAAN MET IETS DAT IK NIET WILDE EN DAT NOOIT WEGGAAT.” Vilan van de Loo Column Z elfs uit mijn zwarte zomerjas met de extra lange mou- wen piepen mijn handen tevoorschijn, onbeschermd voor daglicht en zon. En al loop ik nog zo vaak met de handen diep in de zakken gestopt, ze reageren toch op het zonlicht. Maar niet overal. Voor het eerst zie ik dat er vlekken op mijn handen komen. Een kwestie van tijd. Bij mijn nagels zie ik vage witte schemervlekken, net als boven en onder de knok- kels, en ik weet dat ze gaan oplichten. Voor een ander is dit nog niet zo zichtbaar. Ik kijk al jaren met argusogen naar de groei van de vlekken. En groeien, dat doen ze, buiten mijn wil om. Op mijn rug bevindt zich een vreemde landkaart van melkwitte en donkere stukken, ik hoef er alleen een blauwe rivier in te laten tatoeëren om in het zwembad vragen te voorkomen van het type ‘Mama, wat heeft die mevrouw?’. Alleen ga ik al jaren niet meer naar het zwembad. Vanwege de vlekken, inderdaad, maar ook door de verhalen over jongens die in kleedkamers filmpjes maken. Wat te doen, als er op mijn handen net zo'n landkaart komt? Ver- bergen gaat niet. Dus kies ik de methode van compenseren. Het gaat er hierbij om, hoe ik me over mijn handen voel als geheel. Met een luxe handcrème kan ik de textuur verbeteren, met vijlen en lakken lukt het om de nagels te vermooien en een welgekozen ring doet de rest. Hoe zichtbaarder de vlekken zijn, hoe meer compen- satie er nodig is. Dat klinkt flinker dan het is. Ik ben een beetje moe van dat enthousiaste groeien en bloeien van de vlekken, al zit er in mijn persoonlijke karakter datzelfde enthousiasme en die ambitie. Je bent ergens en je wilt ergens heen. Alleen in dat opzicht passen de vlekken precies bij me, dat moet ik toegeven. Uit de hand 14 Spot light! FOTO: MARTINE SPRANGERS Ik ben een beetje moe van dat enthousiaste groeien en bloeien van de vlekken

RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=