Spotlight 04-2021

FOTO'S: DION (EIGEN ARCHIEF), PATRICK, MARCEL EN ALBERT (AMSTERDAM UMC) Lokaal smeren: hoewerkt dat? V itiligo is een auto-immuunziekte waarbij het im- muunsysteem niet alleen de lichaamseigen cellen be- schermt tegen indringers van buiten af (zoals bacteri- en), maar in dit geval juist de pigment producerende cellen in de huid aanvalt. Als dit gebeurt kan een dermatoloog een behandeling met corticosteroïden voorstellen, in de vorm van een zalf of crème. Dit is een lokale, ontstekingsremmende hormoonbehandeling. Deze middelen zijn oorspronkelijk ontwikkeld om eczeem en psoriasis mee te behandelen, maar zijn ook e # ectief bij vitiligo: om die te vertragen, te stabiliseren of om repigmentatie mogelijk te maken. Hoe werkt dat, wat doen corticosteroïden? In de vitiligohuid zijn veel immuuncellen actief die de pigmentcellen vernietigen, Voor het behandelen van vitiligo kun je kiezen uit verschillende behandelmethoden, zoals lichttherapie, het smeren met crèmes of een huidtransplantatie. Wordt gekozen voor smeren dan wordt vaak teruggevallen op het lokaal aanbrengen van corticosteroïden of van zogeheten calcineurineremmers, zoals Protopic of Elidel. Marcel Bekkenk en Albert Wolkerstorfer geven uitleg. dat veroorzaakt een ontstekingsreactie. Bij vitiligo is deze ontsteking niet aan de buitenkant van de huid te zien. Cor- ticosteroïden onderdrukken deze ontstekingsreactie ; ze zorgen voor een directe remming van de ontstekingscellen: hierdoor kunnen de kapotmakende immuuncellen niet nog langer meer schade aan richten. De pigmentcellen worden niet meer aangevallen, komen mogelijk alsnog (weer) terug en kunnen zich soms ook weer normaal verspreiden . Om het teruggroeien verder te stimuleren is vaak wat daglicht of zonlicht nodig. Mogelijk keert de gebruikelijke pigment- kleur hierna terug. Besef wel dat de aanleg voor de afweer niet is verdwenen: het pigment kan weer verdwijnen als er na enige tijd wordt gestopt met smeren. VITILIGO.NL GEEFT ANTWOORD Marcel Bekkenk (51) en Albert Wolkerstorfer (57) zijn medisch adviseurs van Vitiligo.nl . Marcel is hoogleraar Dermatologie en geeft in het Amsterdam UMC leiding aan de afdeling Dermatologie waar de Sectie Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen (SNIP) onderdeel van is. Albert is er staflid. Patrick Kemperman (48) is dermatoloog met onder andere psycho- dermatologie als aandachtsgebied. Hij werkt in het Amsterdam UMC en in het Dijklander Ziekenhuis in Purmerend. Dion Timmer (36) is eigenaar van SKINSO Paramedisch Centrum voor Huidtherapie en mede-eigenaar van EOS Huidlaserkliniek West. Beide centra zijn zowel in de Langeland Huidkliniek in Zoetermeer als in het HMC Westeinde ziekenhuis in Den Haag gevestigd. Aanpak Corticosteroïde bevattende crèmes en zalven moeten gewoon- lijk eenmaal per dag op de huid worden aangebracht. Twee- maal per dag smeren geeft geen extra e # ect. Dermatologen schrijven ze vaak voor als eerste behandelmiddel bij lokale vitiligo. Het exacte type lokale corticosteroïde dat wordt gekozen, is vaak afgestemd op de speci " eke behoeften van de persoon in kwestie. Is er bijvoorbeeld sprake van depigmentatie op de gevoeligere huid van het gezicht? Dan vereist dat waarschijnlijk een lagere sterkte van de corticosteroïden dan bij depigmenta- tie elders op het lichaam. Corticosteroïden zijn het e # ectiefst wanneer ze worden gebruikt op kleine en nieuw gedepigmenteerde plekken. Ze lijken ook het beste te werken op delen van de huid die aan de zon worden blootgesteld, zoals het gezicht. Omdat lokale corticosteroïden worden aangebracht door de zalf of crème op de gedepigmenteerde delen van de huid te wrijven, worden ze vaak gebruikt bij mensen waarbij de vitiligo is beperkt tot kleine delen van het lichaam. Meestal zijn dit gebieden die samen minder dan 10 procent van de lichaamshuid innemen. Bijwerkingen Net als elke andere behandeling kunnen lokaal aangebrachte corticosteroïden bijwerkingen tot gevolg hebben. De meest voorkomende is het dunner worden van de huid, waardoor daar gemakkelijker beschadigingen kunnen ontstaan. Bij dagelijks gebruik kan dit al na twee tot drie weken optreden. Vooral kwetsbare delen van de huid, zoals de oogleden, liezen en oksels zijn bijzonder gevoelig voor deze bijwerking. Overi- gens lijkt het dun worden van de huid minder op te treden bij mensen met vitiligo dan bij mensen met eczeem. Waarschijn- lijk komt dit doordat de huidbarrière bij eczeemminder goed intact is. Andere mogelijke bijwerkingen kunnen zijn: striae, het maskeren van een schimmelinfectie en bij uitzondering een contactallergie bij langdurig gebruik. Echter, bij verstandig gebruik is de kans op dergelijke blij- vende bijwerkingen minimaal. Vaak biedt het pauzeren van de behandeling een oplossing. Dit wordt ook wel ‘een behandel- vakantie’ genoemd: na een perioden waarin corticosteroïden worden gebruikt, volgt tijdelijk een pauze om bijwerkingen te voorkomen. Alternatief kan ook zijn om een paar dagen wel en een paar dagen niet te smeren. Dit wordt een ‘puls behande- ling’ genoemd. Wanneer je dit in advies opvolgt in overleg met je dermatoloog, dan zal het dunner worden van de huid tot een minimum beperkt blijven. Calcineurineremmers Een andere behandelmethode is smeren met zogeheten calci- neurineremmers. Die werken in het gelaat ongeveer even goed als corticosteroïdenzalven (van klasse II), maar ze bevatten geen hormonen. Dit middel kan ook de verhoogde activiteit van het verstoorde immuunsysteem onderdrukken en ont- stekingsreacties van de huid remmen , maar doet dit op een andere manier. Het richt zich op een andere ‘bindingsplaats’, waardoor de bijwerking van de dunner wordende huid niet op- treedt. Hierdoor wordt de huid tot rust gebracht. Met name (bij nieuwe witte plekken) in het gezicht worden de beste resultaten behaald en die zijn nog beter in combinatie met (zon)lichtthe- rapie. Twee voorbeelden van calcineurineremmers zijn Protopic en Elidel. Prettig aan deze middelen is dat ze veel speci " eker werken dan hormoonzalven. En omdat ze niet leiden tot een dunner wordende huid zijn ze ook geschikt voor gevoelige plaatsen van het lichaam zoals op het gezicht, rondom de ogen, op de nek en de hals. Ze hebben wel andere bijwerkingen dan hormoonzalven. Be- kend zijn onder andere een brandend gevoel van de huid, jeuk en roodheid, vooral in het begin van de behandeling. JAK-remmers Wereldwijd vinden sinds een paar jaar verschillende studies naar JAK-remmers plaats. Dit zijn medicijnen die behoren tot een nieuwe klasse van geneesmiddelen. Bestudeerd wordt hoe en in welke mate deze crème de ziekteactiviteit van auto- immuunaandoeningen kan afremmen. In het geval van vitiligo kan dat leiden tot repigmentatie. Onder ander het Amsterdam UMC werkt aan dit onderzoek mee. Een uitgebreid artikel hier- over was te lezen in het afgelopen maartnummer van Spotlight! Wie tot slot zijn heil zoekt op internet, zal kunnen lezen dat er nog meer zalven worden aangeboden die repigmentatie zouden bevorderen of depigmentatie zouden tegengaan. Als pigment- specialisten kunnen wij hierover vooral zeggen: waterdicht bewijs voor de e # ectiviteit ervan bestaat er niet, grootschalig en dubbelblind onderzoek is er (nog) niet naar gedaan. 14 Spot light! 15 Spot light! Een zalf is een vet smeersel, een crème is een smeersel op waterbasis waaraan vet is toege- voegd. Een zalf werkt vaak sterker dan een crème, omdat de werkzame stof erin beter aan de huid wordt afgegeven. Een zalf verhoogt het vochtgehalte van de huid. Ook een crème trekt goed in de huid.

RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=