Stapsgewijs neemt de kennis over vitiligo toe
11 Spot light! 10 Spot light! Zal het wetenschappers dan eindelijk lukken om daar in te grijpen in die genen die sleutelposities innemen bij het vormen van pigment? “Kunnen zij die kennis daarna toepassen in de bereiding van een nieuw geneesmiddel? In laboratoria is op dit terrein al enige vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld met kweekhuid. Maar op proefpersonen is nog niets toegepast.” Bruin door hormonen Er gebeurt meer. Ook op het gebied van pigment- cel-stimulerende hormonen vindt er onderzoek plaats voor de behandeling van vitiligo. Zo bestaat er al een geneesmiddel voor mensen die erg ziek worden van zonlicht. Voor hen is een geregistreerd geneesmiddel ontwikkeld dat een speci ! ek hormoon afgeeft. Dit heeft als voordeel dat hun huid meer pigment gaat produceren, waardoor zij beter zijn beschermd tegen UV-licht. “Maar… voor mensen met vitiligo biedt dit middel onvoldoende voordelen. Weliswaar neemt de repig- mentatie toe, maar de gehele huid wordt veel bruiner. In die mate dat het contrast juist toeneemt. Tel daarbij op dat dit te implanteren medicijn erg duur is. De conclusie luidt daarom: bij het behandelen van vitiligo niet doelmatig.” Zo lijken meer onderzoeken en methoden in eerste instantie veelbelovend, maar zijn ze in de praktijk niet altijd inzetbaar. Neem een promotiestudie van collega Annelies Lommerts, dermatoloog-in-oplei- ding. Zij onderzocht eerder verschillende huidtrans- plantatiemethoden bij vitiligo. Is het mogelijk de zogeheten acceptorhuid (het huidgedeelte waar de te transplanteren pigmentcellen naartoe gaan) op oppervlakkig wijze zo voor te behandelen, bijvoor- beeld met een CO2-laser, dat dit betere resultaten geeft, vergeleken met de huidige manier van trans- planteren? “Helaas, op een enkele uitzondering na was er na zo’n behandeling nauwelijks sprake van repigmentatie. Erg jammer, maar we weten dit nu in elk geval.” Afremmen ziekteactiviteit Hoopvoller gestemd is Albert Wolkerstorfer over de zogeheten JAK-remmers, een nieuwe klasse van geneesmiddelen. Internationaal wordt sinds een paar jaar onderzoek verricht hoe hiermee de ziekteactivi- teit van auto-immuunziekten is af te remmen. Niet alleen oncologen zetten het medicijn al in bij de behandeling van kanker, maar ook reumatologen als therapie bij mensen met reumatoïde artritis. “Het lijkt erop dat JAK-remmers ook kunnen ingrijpen op die belangrijke sleutelposities in het auto-im- muunproces tegen pigmentcellen. Dus daar waar in die speci ! eke 48 genen iets mis gaat bij het ontstaan van vitiligo.” Na eerdere laboratoriumstudies heeft de Univer- siteit van Massachusetts een volgend onderzoek gedaan onder ruim honderd mensen met vitiligo. Na zes maanden werd geëvalueerd of hun behan- delde gezichten voor meer dan de verwachte helft was gerepigmenteerd. Ongeveer de helft van hen smeerde het gezicht een half jaar lang, twee keer per dag, in met de JAK-remmer ruxolitinib . Bij ongeveer drie op de tien patiënten nam de repigmentatie met 75 procent toe. De andere helft kreeg een crème met een nepmedicijn. In die controlegroep bereikte slechts 3 procent het verwachte resultaat. “Naar verwachting starten er komend voorjaar twee identieke vervolgstudies. Eén ervan is in het Amster- dam UMC waaraan ongeveer driehonderd mensen met vitiligo meedoen. Wellicht kunnen die aanto- nen hoe e " ectief JAK-remmers daadwerkelijk zijn bij het afremmen van vitiligo. Nu moeten we vooral nog voorzichtig zijn met het trekken van conclusies. Ondanks de eerste hoopvolle studie-uitslagen zijn er genoeg kanttekeningen te maken over de inzet van JAK-remmers.” Schildklieraandoening Peter Bisschop is internist-endocrinoloog in het AMC en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie. Dit vakgebied houdt zich bezig met hormonale aandoeningen en stofwisselings- ziekten. In zijn presentatie ging hij dieper in op het bestaan van twee of meerdere auto-immuunziekten tegelijk, co-morbiditeit genaamd. Hoe vaak bijvoorbeeld komt de combinatie ‘vitiligo- schildklierziekte’ voor? “Van vitiligo is bekend dat ongeveer 1 tot 2 procent van de Nederlanders dit heeft (zo’n 240.000 mensen). Kijk je naar patiën- ten met een schildklieraandoening: als de oorzaak hiervan een verstoord auto-immuunsysteem is, dan heeft ongeveer 2,3 procent van de Nederlanders deze aandoening.” Maar dat percentage vertelt niet het gehele verhaal. Wie gedetailleerder speurt, constateert dat dit type schildklieraandoening vijf keer vaker bij vrouwen voorkomt dan bij mannen. Bovendien neemt de kans erop toe naarmate je ouder wordt. “En heeft iemand al vitiligo? Op basis van statistisch onderzoek schatten we dat hij of zij dan een twee tot drie keer vergroot risico heeft op het ontwikkelen van een schildklierziekte als iemand zonder vitiligo.” Is het dan zinvol ommensen met vitiligo actief te volgen op het krijgen van afwijkende schildklier- waarden? “Besef dat je het op 240.000 mensen met vitiligo maar over een kleine groep mensen hebt”, benadrukt Bisschop. Wat dan te doen, is een discus- sie die zowel voor- als tegenstanders kent. Een overweging is om dit wel te doen bij jonge kinderen, omdat een tekort aan schildklierhormoon een cruciale rol kan spelen bij de stofwisseling en het functioneren van organen, en bij de groei, de puberteit en de ontwikkeling van het gebit en het skelet. En om ook te screenen bij vrouwen boven de 35 jaar, omdat bij hen de kans erop toeneemt met het ouder worden. Anderzijds waarschuwt Bisschop: "Waarom zou je erop screenen, als er geen bijbehorende klachten zijn? Want dan hoef je ook niet per se te behande- len." Schildklieraandoening komt v ij f keer vaker voor b ij vrouwen dan b ij mannen De SNIP biedt kinderen bij wie zojuist vitiligo is gediagnostiseerd stan- daard een bloedtest aan. Gezocht wordt onder andere op een verhoogde aanwezigheid van schildklierauto-antilichamen, ook wordt de schildklier- functie gecontroleerd. De dermatoloog zal verwijzen als er afwijkende waarden worden gezien. Zo nodig wordt dit bloedonderzoek jaarlijks herhaald. Bekkenk: “Bij volwassenen zonder klachten zeggen we meestal dat zo’n bloedtest ‘niet nodig’ is. Wel informeren en bespreken we het voorko- men van schildklierproblematiek. Als mensen twijfelen, doen we wel een bloedtest.” Verder stuurt de SNIP standaard een brief naar de huisarts dat die erop bedacht moet zijn dat mensen met vitiligo mogelijk nog andere klachten ontwikkelen die kunnen duiden op nog een auto-immuunziekte. “Wat betreft het screenen en informeren in andere ziekenhuizen: we horen van patiënten terug dat dit daar behoorlijk wisselt. Ze zijn daar nogal eens minder bedacht op co-morbiditeit.” Een samenvattend overzicht van de andere sprekers is te vinden op pagina’s 16 en 17. Enkele impres- siefoto’s van de ledendag staan op de pagina’s 18 en 19 . Albert Wolkerstorfer Annelies Lommerts Marcel Bekkenk Peter Bisschop
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=