Spotlight 01-2020

VILAN OVER VITILIGO: “IK SCHRIJF OVER HET OMGAAN MET IETS DAT IK NIET WILDE EN DAT NOOIT WEGGAAT.” Vilan van de Loo Column V roeger, in de onschuldige tijd waarin ik nog niet wist dat er iets als vitiligo bestond, vroeger liep ik waar het uitkwam op straat. Ik liet me hoogstens leiden door winkeletalages. Nu heb ik een strategie voor de straat. Mijn huid is nogal licht, een paar tinten boven melkwit, en dat moet zo blijven. In de zomer mijd ik dus de zon, uit vrees verder te verkleuren. Ik draag kleding met lange mouwen (ook uit fatsoen) en mijn rok is op of over de knie, daaronder altijd een 30 denier zwarte panty. Dus dat scheelt al. Daarbij mijd ik de zon. Op een zonnige dag weet ik precies hoe ik bij de supermarkt moet komen. Eerst meteen oversteken naar de smalle baan schaduw langs de huizen, die doorgaan tot de weg. Aan de overkant is weer een reep schaduw. Daarna een klein stukje door de zon – even sneller lopen – en hopla, met een soort u-bocht ben ik waar ik wezen wil. Dat is voor mij normaal. Bijkomend voordeel: op zomerse dagen kan ik tenminste dóórlo- pen, want de rest van de mensheid loopt ontspannen in de zon te kuieren. Dat begint al in de lente: “Hè eindelijk, zon, wat hebben we daarop lang gewacht.” Maar ik denk: het begint weer. Soms vraag ik me af hoe het zou zijn, om iemand te ontmoeten in die schaduwbanen. Iemand die ook precies weet waar te gaan en staan. Dat je naar elkaar kijkt en snapt waarom je daar bent. In zo'n smalle reep schaduw, een soort niemandsland, kan ik misschien iets zeggen over vlekken. Of anders over het geluk van smalle stra- ten met hoge huizen, wat een brede schaduw geeft, “Ja, ken jij die ook?” Dan knikken, weten: die ander zoekt ook de schaduw, ik ben de enige niet. In de schaduw 14 Spot light! FOTO: MARTINE SPRANGERS Op een zonnige dag weet ik precies hoe ik bij de supermarkt moet komen

RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=