Spotlight 04-2022

15Spot light! Het ontbreken van een internationale standaard is een hardnekkig probleem voor zorgverleners en wetenschappers die vitiligo beoordelen en monitoren. “Iedere arts of onderzoeker kan dit dus op zijn of haar eigen manier doen”, zegt de Belgische vitiligo-expert Nanja van Geel. Onder haar leiding is het mondiale VITAL-project gestart om die standaard te realiseren. TEKST: ARNOUD KLUITERS Stel, er is een bepaald product ontwikkeld om vitiligo te bestrijden. Onderzoekers van studie A willen vaststellen wat het effect ervan is op de ziekteactiviteit en zullen het product als succesvol beschouwen indien het de ziekte stabiliseert. Tijdens de meting vragen ze aan de proefpersonen onder meer ‘Is de activiteit van uw vitiligo stilgevallen?’ Bij een groot deel van de deelnemers blijkt inderdaad dat de behandelde witte plekken niet groter zijn geworden. Dit is een succesvol product, luidt uiteindelijk de conclusie van deze studie. Onderzoekers van studie B gaan met hetzelfde product aan de slag. Dat wordt op een specifiek beschreven lichaamsdeel gesmeerd: het gezicht. In het onderzoeksverslag staat wat vóór de start van de studie het doel is: over een vastgesteld aantal maanden moet het pigment daar voor minstens 75 procent zijn teruggekeerd. Tijdens de studie worden fasegewijs foto’s van het betreffende huiddeel gemaakt. Zo kan straks daadwerkelijk worden gemeten wat het effect is van de behandeling: wat was de situatie before en wat is die after? Als na de studie blijkt dat die 75 procent is bereikt, luidt ook hier de conclusie: dit is een succesvol product. Verschillen in opzet “In beide studies is hetzelfde product onderzocht en in beide gevallen zeggen de onderzoekers dat ze met succes het behandelingseffect hebben aangetoond. Maar wat zij onderzochten, dat kwam niet overeen (ziekteactiviteit versus repigmentatie). Bovendien, als je een niveau dieper kijkt – namelijk hoe zij hun behandelingseffect meten – dan zie je een verschil in opzet. Om die reden mogen de studies niet worden samengevoegd. Evenmin mag je ze met elkaar vergelijken en dat is natuurlijk jammer.” Dat zegt vitiligo-expert Nanja van Geel, professor Dermatologie in het Universitair Ziekenhuis Gent. “Wetenschappers willen waterdichte bewijzen hebben of een behandeling al dan niet zinvol is. Met die informatie willen ze vervolgens ook in de toekomst nieuwe therapieën kunnen ontwikkelen. Maar daarvoor zijn studies nodig die kwalitatief goed zijn opgezet, met goed bewijsmateriaal.” Maar niet alleen bij dit soort klinische studies is het belangrijk dat dit goed is geregeld. De wat en hoe waar het altijd om draait, bij álle metingen, zijn ook een cruciale factor bij het verzamelen van gegevens in (inter)nationale databanken. En bij het behandelen van patiënten door zorgverleners, in de klinische praktijk dus.” Het ontbreken van een standaard heeft gevolgen. Zo kunnen zorgverzekeraars er mogelijk voor kiezen om een behandeling niet of slechts deels te vergoeden, omdat de bewijslast niet sluitend is. Of, een producent probeert zijn nieuwe middel op de markt te krijgen, maar kan dat alleen doen als wordt teruggevallen op verschillende studies met de juiste opzet en dezelfde uitkomstenmaten. Waar patiënten ook nadelen van kunnen ondervinden, is als zorgverlener A heel anders over een therapie oordeelt dan zorgverlener B, met als mogelijk gevolg hiervan dat een ander behandeltraject wordt geadviseerd. Of andersom: een arts verandert van aanpak, omdat de patiënt in zijn of haar ogen niet de verwachte vooruitgang boekt of omdat een ‘Wetenschappers willen waterdichte bewijzen hebben of een behandeling al dan niet zinvol is’ k

RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=