8 Spot light! 9 Spot light! TEKST: MARLOES ZUIDGEEST FOTO: EIGEN ARCHIEF Bij een auto-immuunziekte werkt je afweer (het immuunsysteem) niet zoals het hoort. Dat valt dan niet alleen ziekteverwekkers aan, maar ook gezonde delen van je lichaam. In totaal bestaan er ongeveer tachtig soorten, waaronder non-segmentale vitiligo. Van mensen met die vorm van vitiligo is bekend dat zij met name ook te maken kunnen krijgen met bijvoorbeeld een schildklieraandoening, diabetes mellitus (type 1), reumatoïde artritis, glutenallergie (coeliakie), een gebrek aan vitamine B12 en/of lichen sclerosus of lichen planus. Reumatoïde artritis is een auto-immuunaandoening waarbij het afweersysteem zich tegen het eigen lichaam keert, in dit geval tegen cellen die in de gewrichten zitten. Daar ontstaat een ontstekingsreacties die normaal gesproken pas actief wordt als een infectie of vreemde bacterie het lichaam binnendringt. Maar in dit geval is hiervan geen sprake. Het lichaam vergist zich en juist een lichaamseigen cel wordt als vreemd herkent. Met de ontstekingsreactie wil het lichaam die cel onschadelijk maken. En Inger Meek is reumatoloog in het Radboudumc. Daar behandelt en begeleidt zij onder andere patiënten met chronische ontstekingen in de gewrichten, ook wel reumatoïde artritis genoemd. Deze interessante groep vraagt veel begeleiding, omdat de patiënten beperkingen ervaren in het dagelijkse leven. & VITILIGO REUMATOÏDE ARTRITIS omdat dit zeer vaak gebeurt, spreken we van een chronische aandoening. “Tot op heden weten we meer niet over reumatoïde artritis dan wel”, zegt Inger Meek (44). Niet alleen is zij reumatoloog, ook is ze commissaris Kwaliteit binnen de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie. “Mensen die reumatoïde artritis krijgen, hebben hier een aanleg voor, net als bij vitiligo.” Maar het voorspellen of iemand reumatoïde artritis krijgt, dat kan nog niet. Wel bestaat er een zwak verband met bepaalde eigenschappen van afweercellen in het lichaam. “Er zijn ideeën dat het afweersysteem ontregelt kan raken: wanneer je in het verleden een virusinfectie gehad hebt of als je was blootgesteld aan bepaalde stoffen in het milieu zoals roken.” Vitiligo en reumatoïde artritis Als je non-segmentale vitiligo hebt, bestaat de mogelijkheid dat je ook een andere auto-immuunaandoening krijgt (zie cirkel op pagina 9). De kans dat dit reumatoïde artritis is, is 2 tot 3 procent. “Combinaties die je vaker ziet zijn vitiligo en artritis, psoriasis en/of schildklierproblemen.” Reumatoïde artritis kan zich op jongere en oudere leeftijd openbaren, maar vaak ontstaat het rond het 50e levensjaar. In het algemeen geldt: hoe jonger je bent, des te ongunstiger het beloop van de ziekte. Bij kinderen noemen we de aandoening juveniele artritis. Verder is bekend dat vrouwen een drie keer hogere kans hebben op het krijgen van reumatoïde artritis. Bij een lichaamsvreemde indringer, zoals een virus of een ziekmakende bacterie, gaat het afweersysteem aan de slag om antistoffen te maken. Die herkennen de indringer en helpen om die te bestrijden. Mensen met een antistof in het bloed hebben vaak ook een agressievere vorm van reumatoïde artritis, met mogelijk gewrichtsschade tot gevolg. Behandelingen Meek: “Er ontstaat schade als je de ontstekingen in de gewrichten niet behandelt. Hierdoor krijgen mensen pijn en beperkingen met bewegen. Dit kan vervolgens leiden tot minder functioneren in het dagelijkse leven. Om dit te voorkomen, is het essentieel om hen te behandelen met medicijnen.” Vaak zaten mensen met reumatoïde in de jaren tachtig en negentig nog in een rolstoel. “Dat is gelukkig verleden tijd met de moderne geneesmiddelen. De behandelmogelijkheden zijn enorm toegenomen. Dat betekent: we beschikken over meer en krachtigere medicijnen om reumatoïde artritis in toom te houden.” Ze vervolgt: “Als je mensen in het begin van de aandoening goed behandelt – dat wil zeggen: met een voldoende hoge dosering – dan wordt heel veel schade aan gewrichten voorkomen. Mijn hoofddoel is daarbij dat deze patiënten blijven bewegen. Onderhoud je normale activiteiten en blijf werken en sporten, doe mee aan sociale activiteiten en draai mee in het gezin. Ook als je beperkingen ondervindt is dat mogelijk, doe het indien nodig met aanpassingen.” Herkennen Volgens Meek kent reumatoïde artritis geen eenduidig beloop. “Sommige mensen hebben heel heftige klachten. In korte tijd, al binnen enkele weken, ervaren ze steeds meer ontstekingen van een groot aantal gewrichten. Dit veroorzaakt pijn bij bewegen en mensen voelen zich ziek.” Een andere groep patiënten ziet – achteraf terugkijkend – een sluimerend klachtenpatroon. Hadden ze eerst bijvoorbeeld knieklachten, een jaar later bleek een ander gewricht opgezwollen. Vervolgens zwellen steeds meer gewrichten op, gedurende een kortere tijd. Het heeft even tijd nodig om dit patroon te herkenen, ook voor de huisarts. Kenmerkend bij reumatoïde artritis is dat het een chronische aandoening is met periodes van meer en minder ontstekingen. “De ziekte gaat op en neer. Waar iedere patiënt over klaagt, en waar nog geen behandeling voor is, is dat hij of zij vermoeid is. Dat is echt een rode draad. Ondanks hun behandeling blijven deze mensen moe.” Vermoeidheid reageert niet op medicatiebehandeling. Dit probleemmoet op een andere manier worden benaderd. Daar moeten deze patiënten mee om leren gaan. Door de medicatie waarmee reumatoïde artritis wordt behandeld vermindert je afweer. Hierdoor ben je extra kwetsbaar voor infecties, waaronder corona. Om die reden moesten mensen met reumatoïde artritis de afgelopen twee jaar extra oppassen.” Nieuwe medicijnen Binnen de reumatologie zijn er heel veel geregistreerde geneesmiddelen voor reumatoïde artritis. Dit betekent dat artsen ze mogen voorschrijven, omdat al onderzocht is of ze werken. De allernieuwste medicijnen zijn JAK-remmers. “Tot nu toe schrijf ik deze voor bij niet meer dan ongeveer 5 procent van de patiënten”, zegt Meek. “Dit komt omdat JAK-remmers mogelijk bijwerkingen hebben, die ik wil voorkomen bij mensen met een verhoogd risico hierop. Denk bijvoorbeeld aan een verhoogde kans op een hartinfarct, het krijgen van trombose en het krijgen van kanker – maar niet huidkanker. Bij voorkeur worden JAK-remmers om die reden alleen voorgeschreven als mensen onder de 65 jaar zijn en geen reactie vertoonden op de klassieke reumaremmers. In de vitiligowereld verschuift steeds meer aandacht naar het mogelijk toepassen van JAK-remmers. Wereldwijd wordt hier onderzoek naar gedaan. Is dit met elkaar te vergelijken? Meek: “Nee, die vergelijking kun je niet maken, het betreft hier verschillende aandoeningen met verschillende behandelingen. Waar JAK-remmers bij vitiligo ook in lagere doseringen lokaal worden toegepast (smeren met een zalf ), slikken reumapatiënten JAK-remmers in veel hogere doseringen. Bijwerkingen kunnen sterk verschillen tussen deze twee vormen van hetzelfde medicijn.” Soorten reuma Reumatologen classificeren patiënten met reumatische klachten als volgt: • ontstekingsreuma in de gewrichten, zoals handen, knie, gewrichten of in de wervelkolom; • ontsteking van orgaansystemen zoals huid, longen, hart, nieren, of bloedvaten. Deze aandoeningen worden vaak niet direct als reuma herkent; • mensen met gewrichtsproblemen. Denk aan artrose, peesprobleem en fibromyalgie. Aanpassingen nodig in het dagelijkse leven Meek: ‘Hoofddoel is dat reumapatiënten blijven bewegen’ Gebruik JAK-remmers bij reuma en vitiligo is niet te vergelijken
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=