16 Spot light! 17 Spot light! &VITILIGO HUIDTRANSPLANTATIES Voor een toelichting bij deze zes foto’s: zie linksboven op deze pagina, passage 4: ‘Meek micrografting’. Vrijgegeven foto’s van rechterbeen van een deelnemer (met piebaldisme) aan de Meekstudie; voorafgaand aan de behandeling (links) en 9 maanden na de behandeling (rechts). 4. Meek micrografting De oorsprong van deze aanpak ligt in de wereld van de brandwondenchirurgie. Met een speciaal apparaatje en met hulp van een kurken plaatje wordt de afgeschaafde donorhuid in vele kleine stukjes verdeeld, waardoor hierop een soort raster zichtbaar wordt (zie beeld hieronder, foto’s A t/m F). Vervolgens wordt dit stukje huid met een speciale kleefspray overgebracht op een voorgevouwen gaasje. Dit wordt daarna handmatig opengevouwen, waardoor het oppervlakte van de donorhuid uit kan rekken. Op die manier wordt het op de acceptorhuid gelegd, die met een laser is voorbehandeld. Op dit moment kan de donorhuid tot twee, drie of zes keer worden vergroot. Wolkerstorfer: “En mogelijk zelfs tot negen keer, maar onbekend is nog of het resultaat dan even goed is als bij zes keer.” De Meek-methode wordt vooralsnog alleen in het Amsterdam UMC aangeboden, daar werden er tussen 2019 en 2021 meerdere behandelingen mee gedaan en werden de gegevens verzameld van zes personen (waaronder Quinty van Dodewaard, zie pagina 18). Zij ondergingen in totaal elf keer transplantaties. Resultaten Zes maanden na de transplantatie was er bij 88,1 procent van de patiënten sprake van ‘een goede repigmentatie’. Wetenschappers spreken hiervan als in het behandelde vitiligogebied voor 75 procent of meer pigment terugkeert. Van de zes behandelde personen zegt 17 procent ‘zeer tevreden’ te zijn over de resultaten, 50 procent is ‘tevreden’ en 33 procent is ‘neutraal’. Van hen zegt 83 procent dat hun vitiligo veel minder tot niet meer zichtbaar is en 67 procent meldt dat de kleuroverkomst met de gezonde, gepigmenteerde huid goed tot uitstekend is. Als bijwerkingen worden genoemd: pijn, jeuk, voorafgaande hyperpigmentatie en een ‘rasterachtig patroon’ op de nieuwe plek. Deze Meek-studie kent beperkingen, zegt Narayan. “Zes personen onderzoeken is veel te weinig om harde conclusies te mogen trekken. Hun persoonlijke ervaringen zeggen natuurlijk wel iets, maar grootschaliger en nauwkeuriger uitgevoerd onderzoek is nodig.” “Desondanks is de Meek nu onze nieuwe standaardmethode geworden”, vult Wolkerstorfer aan. “Die passen we toe bij grotere huidoppervlakten, op een niet-scharnierende plek. Dus niet op bijvoorbeeld ellebogen of knieën, omdat de acceptorplek na de ingreep rust nodig heeft. Minigrafting is daar de standaard.” Segmentale vitiligo Transplantaties worden voornamelijk uitgevoerd bij mensen met segmentale vitiligo en piebaldisme (ook een pigmentaandoening, zie beide beenfoto’s op de volgende pagina). Bij segmentale vitiligo is er sprake van een weefselfout bij de aanleg van de huid gedurende de embryonale fase, waarbij pigmentcellen in één specifiek huidgebied aan één zijde van het lichaam zijn aangetast. Ongeveer 20 procent van de mensen met vitiligo heeft deze variant. Na enige jaren stabiliseert de situatie en vindt er geen depigmentatie meer plaats. En juist dát is een belangrijke voorwaarde in geval van transplantatie: de witte huid moet al minstens een jaar bewezen rustig zijn. In die periode mogen ook geen pigment stimulerende behandelingen zoals lichttherapie zijn gedaan. Een andere veelgestelde vraag: kan de transplantatie leiden tot het welbekende Koebnereffect (hierbij kunnen er witte Professor Dermatologie Nanja van Geel (Gent, België) maakte vele jaren gebruik van de celsuspensiemethode. Met een soort kit wordt de donorhuid eerst met allerlei enzymen bewerkt tot een soort vloeistof (suspensie). Het goedje dat dan ontstaat bevat pigment- en andere huidcellen en wordt aangebracht op een bewerkte vitiligohuid, die over het algemeen groter is dan de oppervlakte van de donorhuid. Daar kan het zich gaan hechten. Wolkerstorfer: “Bij circa zes op de tien behandelde mensen repigmenteert meer dan 75 procent van de behandelde huid. Tot ongeveer een jaar geleden werd deze methode nog in België gedaan, in Amsterdam waren we er al B. CELSUSPENSIEMETHODE eerder mee gestopt. Waarom? Het is niet alleen een erg tijdrovende, maar door toegenomen prijzen ook erg dure methode. Tel daarbij op dat het resultaat soms best achterblijft. Met de komst van de Meek-methode kiezen we daarom hiervoor. Kleine wit gebleven gebiedjes kunnen we daarna behandelen met minigrafting.” plekjes ontstaan op huiddelen die een trauma hebben ondergaan, zoals wondjes)? Nee, dit fenomeen kan alleen bij non-segmentale vitiligo ontstaan. Dat is die andere variant van vitiligo, waarbij sprake is van een auto-immuunaandoening. In dat geval is het immuunsysteem verstoord en valt het lichaam de gezonde pigmentcellen zelf aan. Een weefseltransplantatie wordt voornamelijk uitgevoerd bij mensen met segmentale vitiligo De Meek-studie kent beperkingen: deze werd uitgevoerd bij slechts zes personen
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=